Praktijk voor Kinderfysiotherapie Veghel

Tips

Fietsinstructies

Soms heeft een kind problemen met het leren fietsen zonder zijwielen. Indien ouders al geprobeerd hebben en het kind ouder is dan 5 jaar, kan ik helpen met het vinden van het probleem en oefenen van het fietsen mits het weer het toelaat. Het is dan noodzakelijk dat uw kind een goede fiets heeft. Ik kom dan bij u thuis oefenen indien de verkeerssituatie dat toelaat. Het moet namelijk wel mogelijk zijn om rechte stukken te kunnen fietsen zonder te veel verkeer. Tips die u alvast kunt proberen zijn:

  • Kies een fiets die niet te hoog is en het kind met beide benen aan de grond stil kan staan. 
  • Liefst niet te kleine wielen omdat dit het snel doortrappen moeilijk maakt. 
  • Houdt uw kind liever vast aan de kraag van de jas of shirt en niet aan de fiets. Ook een stok achter op de fiets om te duwen geeft een verkeerd evenwichtsidee aan het kind. Hij moet namelijk zelf met zijn benen en billen het evenwicht zoeken op die fiets. 
  • Het opstappen wordt makkelijker als de trapper aan de andere kant dan waar hij opstapt wat hoger staat. Daardoor kan hij kracht zetten met zijn voet op die trapper en dit geeft meteen wat vaart. Door een meisjesfiets te gebruiken wordt het op- en afstappen wat makkelijker.
  • Eventueel op een zachte ondergrond beginnen. Dit is wat moeilijker fietsen, maar je valt wel zachter en je leert wat steviger doortrappen. Dit voor kinderen die weinig vaart maken. 
  • Als voorbereiding op het fietsen zonder zijwieltjes, kun je een loopfiets gebruiken om het evenwicht vast te oefenen. Laat het kind aanlopen met twee benen tegelijk en trek de benen op, zo moet hij evenwicht houden. 
  • Een zekere aanmoediging is belangrijk, maar probeer er voor jezelf en je kind geen strijd van te maken en de druk niet te hoog te maken. Probeer eens een tijd geen zijwieltjes aan te brengen en zet de fiets zo in het zicht dat hij direct opvalt en zo gepakt kan worden.

 

Voorkeurshouding zuigelingen

  • Een kindje kijkt steeds naar een kant

1-2 maanden: draaiend aankleden door steeds op de zij te leggen met het aantrekken van de mouwtjes, draaiend oppakken, met de Swester Liselotte houding de fles geven, op de zij leggen in de kinderwagen met een rol in de rug en iets voor het bekken. Evt gebruik van een zijligkussen kan ook onder toezicht. Evt op een borstvoedingskussen dat als een worst ligt en daar overheen een handdoek of aankleedkussenhoes. Vooral de middenstand proberen uit te lokken en neer te leggen. Deze maatregelen zorgen er ook voor dat de afplatting gaat afnemen of zeker niet gaat toenemen. Belangrijk is ook dat het kindje vaak even naar de buik gedraaid wordt.

 

 Swester Liselotte        op het borstvoedingskussen 

 

3-4 maanden: hang vooral het speelgoed in het midden boven het kindje op borsthoogte net boven de borst zodat ze er makkelijk bij kan en de handjes bij elkaar komen. Een speeltje is vaak genoeg. Op deze leeftijd is het borstvoedingskussen niet meer veilig door het veel bewegen. De bekende speelkleden met bogen zijn niet handig omdat daar het speelgoed meer opzij hangt en niet echt boven het kindje. Op de buik laat je het kindje het liefste naar beneden kijken naar bv een knisperboekje. Het terugdraaien op deze leeftijd berust vaak op het omvallen door de voorkeurshouding.

 

 zelfs alleen de middelste laten hangen is een prima optie.

 

4 maanden: op deze leeftijd gaat het kind meer naar de zijkanten kijken en kun je het kindje uitlokken met speelgoed dat opzij aan de box is vast gemaakt of zwaar speelgoed op een kleed zodat ze dit niet boven zich kan pakken. Daardoor lok je uit dat het kindje opzij moet blijven kijken en zo de niet voorkeurskant stimuleert. Daarbij moet je niet vergeten dat ook de voorkeurshouding ook gestimuleerd moet worden.

 

 speelkubus 

 

5-6 maanden: speelgoed opzij hangen, tenen naar de neus bewegen en stimuleren met het pakken van de knieen (5 maanden) en de voeten (6 maanden). Dit stimuleert de middenstand van romp en hoofd. buiklig wordt belangrijker en daarin kun je  kijken of het kind speelgoed wat hoger wil pakken met een hand. Kan hij het ook met de andere hand?

 

 reiken in buiklig met een arm

 

Vanaf 6 maanden ligt het kindje meestal op de buik en gaat ronddraaien naar beide kanten op de buik (pivoteren) en gaat naar de divahouding. Kijk hier ook of het kindje dat beide zijden op doet.

 

Daarna komt de beweging naar kruiphouding, knieenstand, gaan zitten en weer terug naar de buik.

 

Ten strengste wordt afgeraden om gebruik te maken van de bekende zitjes en stoeltjes voor de 9 maanden. Een loopstoeltje stimuleert een kindje te vroeg om te lopen en kan klachten gaan geven in heupen, niet meer op de grond willen liggen en spelen, tenen lopen en geen opvangreacties ontwikkeld hebben. daarom liever geen loopstoeltjes.

 

  • Een kindje kijkt alleen maar in het midden

De afplatting voorkomen door de maatregelen van hierboven over te nemen zoals op een borstvoedingskussen leggen of een kussentje met een gat erin in bed.

 

 

Vanaf 4 maanden speelgoed aan de zijkant vastmaken aan de box of zwaar speelgoed opzij op een kleed op de grond. Vooral de muziekmobiel en speelgoed boven het kindje weghalen. Buiklig is belangrijk om te stimuleren. Een kindje dat alleen in het midden blijft liggen met het hoofdje laat vaker overstrekken zien.

 

  • Overstrekken

Heb je het gevoel dat je een kindje hebt dat overstrekt dan hier wat tips. Een kindje kijkt dan vaak in ruglig meer omhoog en lijkt het erop dat hij niet naar je wil kijken. Leg het kindje recht voor je met de benen naar je toe. Probeer de benen in een soort kleermakerszit te vouwen en probeer oogcontact te krijgen en zo langzaam met je hoofd naar beneden bewegen, zodat hij de kin op de borst houdt. De tenen naar de neus bewegen is een goede oefening om de spanning eraf te halen. Ook met twee handen de handen en voeten bij elkaar houden en dan zo naar beide zijden rollen. Op de arm dragen zodat het bekken gekanteld is waardoor hij minder mogelijkheden heeft om te strekken. Ook in een soort van zithouding op je heup zetten, de armen en benen aan de voorkant en met één arm vasthouden (zo kun je ook nog makkelijk de leuning van de trap vasthouden of stofzuigen). Vooral de armen en benen bij elkaar en gebogen in de heupen dragen. Bij het neerleggen liever via de zijkant dan zo achterover leggen. Bij het oppakken liever draaien en dan zijwaarts oppakken. Dat kan al vanaf een leeftijd van 2 maanden. Bij het boeren het kindje wat hoger op je schouder leggen zodat hij bijna in buiklig ligt en moeilijker kan overstrekken. Houdt het hoofdje niet steeds vast omdat dit juist dat overstrekken stimuleert. Zoek een andere houding waarbij dat niet hoeft. Zeker niet oefenen met staan ondanks dat het er op lijkt dat hij dit zo graag wil. Ook geen loopstoeltjes bij deze kinderen! In buiklig moet je een mooi steunen zien op de ellenbogen en het hoofd met de kin op de borst naar beneden kijken. Als hij “omdraait naar de rug” is dat meer een omvallen en is op de buik blijven liggen veel knapper. Lukt dit niet kan je evt kiezen om een buiklig te oefenen op een schuin vlak bv op je borst als je onderuit ligt of op de leuning van de bank. Een rol onder de oksels waarbij hij toch kan steunen op de ellenbogen en deze rol achter de rug vastmaken zodat hij er niet met de armen overheen kan gaan, is een optie. Als het kind nog te veel overstrekt in buiklig (armen zijwaarts omhoog, hoofd heel hoog houden, benen komen los van de onderlaag en snel mopperen) dan even geen buiklig. Later komt dit wel weer aan de orde als het in ruglig en op de arm duidelijk minder strekt.

 

Uiteraard blijft het wel belangrijk een reden van de voorkeurshouding te onderzoeken en dat kan een kinderfysiotherapeut. Dus blijven de problemen aanhouden dan graag zo snel mogelijk (rond 1,5-2 maanden) contact opnemen met het consultatiebureau of huisarts voor een verwijzing naar de kinderfysiotherapeut.